28 januari 2011

Risotto met doperwten, paddestoelen en pesto


Waarom is de combinatie doperwtjes en worteltjes een ‘klassieke combinatie’? Wie heeft ooit bedacht dat die twee bij elkaar achter het glas in een potje van Hak moesten? Is dat omdat het zo gezellig kleurt? Of omdat ze allebei zoetig zijn? Of omdat ze allebei heel vies worden als je ze kookt? Ik heb worteltjes met doperwtjes nooit lekker gevonden en ik heb nu een heel goede reden om het ook nooit lekker te gaan vinden.

Worteltjes en doperwtjes uit een pot van Hak zijn het lievelingseten van Geert Wilders. Ik kom er net achter. Dankzij een Volkskeuken column van Sylvia Witteman. Geert vindt in de pot van Hak de unieke smaak die je vers niet krijgt. Precies de smaak die ik smerig vindt. Toch fijn om er achter te komen dat Geert en ik het ook over eten waarschijnlijk nooit eens zullen worden.


Voor een lekker wortel recept verwijs ik naar bovengelinkte column van heldin Witteman. Het doperwten gedeelte neem ik op me. Het is winter en ik post een recept met verse doperwten. Ik moest me schamen. Dat doe ik dan ook. Maar, verse doperwten eten in januari is lang niet zo schaamteloos als tegen een landelijk dagblad zeggen dat doppers en wortels uit een pot je favoriete hap is. En dus kom ik er mee weg.



Risotto met doperwten, paddestoelen en pesto

Ik doe nog meer dingen waar ik me voor dien te schamen: ik gebruik pesto uit een potje, ik plaats een mislukte foto van de risotto en ik geef jullie een recept van een risotto waar niet eens Noilly Prat of witte wijn in gaat. Wees gewaarschuwd. En je kunt natuurlijk altijd zelf pesto maken, diepvriesdoperwten gebruiken, die wijn wel toevoegen en een mooie foto van je risotto maken. Dit recept is voor twee personen en is op een dag ontstaan uit dat wat we nog in huis hadden. En het pakte aangenaam uit.

Ingrediënten

200 gram doperwten
1 blokje paddestoelenbouillon, opgelost in 750 ml heet water
ca 175 gram risottorijst
doosje gemengde paddestoelen
grote hand pijnboompitten
eetlepel pesto
klontje boter
peper
ui of sjalot, kleingesneden
optioneel: geraspte parmezaan

Smelt de boter in een pan met dikke bodem en fruit de ui of sjalot zacht gedurende ongeveer 5 minuten. Voeg de risottorijst toe en schep deze om zodat hij wat glazig wordt. Blus de rijst af met wijn/noilly prat of een scheut van de bouillon. Voeg al roerend steeds wat bouilon toe zodra de rijst de eerdere scheut zo goed als heeft opgenomen.


Verwarm ondertussen de doperwten in een scheut van de bouillon in een pannetje. Als het verse doppers zijn laat je ze even koken. Kook ze niet te gaar, ze moeten lekker knapperig blijven.

Scheur of snij de paddestoelen in stukken en bak ze in een koekepan. Bak ze niet tot ze slap zijn, ze mogen nog wel een bite houden. Bestrooi met versgemalen peper. Rooster ondertussen ook de pijnboompitten in een pan met anti-aanbak laag.


Proef of de risotto gaar is. De rijstkorrels moeten zacht zijn en mogen geen harde kern meer hebben. De risotto moet zacht en smeuig zijn en 'lopen': als je hem opschept op een plat bord dan moet hij niet op een hoopje blijven liggen, maar 'uitdijen'.

Als de risotto gaar is roer je de pesto erdoor en vervolgens ook de doperwten. Schep de risotto op twee borden, schep daar bovenop de paddestoelen en bestrooi met de pijnboompitten en eventueel geraspte kaas.

1 opmerking:

Judith zei

Leuk geschreven (sowieso leuke site)!

Wij deden ook nog spekjes door de risotto en toen was 'ie iets te zout, maar toch nog heel lekker. Gaan we vaker maken!

Judith

Een reactie plaatsen